| |
Verveling is een onaangenaam gevoel van lusteloosheid, van desinteresse, van hangerigheid, grenzend aan ergernis. Verveling treedt op als alle dingen die leuk en interessant zijn om te doen niet kunnen of niet mogen, en men toch geen zin heeft om niets te doen. Verveling kan het gevolg zijn van een gebrek aan prikkels, of van prikkels die als saai, eentonig of repetitief ervaren worden."Verveling is het verlangen naar verlangens", schrijft Tolstoi ergens in Anna Karenina. Daarmee duidt hij de eerste soort van verveling aan: een futloze landerigheid, het nergens zin in hebben, een gebrek aan energie dat vaak resulteert in gapen en slaperigheid. De tweede soort van verveling is meer een verlangen naar prikkels, naar sensaties: een gefrustreerde radeloosheid, het niet weten wat te doen, een ongedurigheid die kan resulteren in baldadigheid of zelfs vandalisme. Dit laatste niet alleen bij degenen die verveeld raken, maar ook bij degenen die daarvan de oorzaak zouden zijn. François de La Rochefoucauld (1613–1680) schreef in zijn Maximes: Meestal vergeven we hen die ons vervelen, maar nooit hen die wij vervelen.Verveling treedt vaak op tijdens het wachten. Veel mensen vervelen zich bijvoorbeeld als ze op de bus wachten, omdat daar niks te doen is. Vaak gaan ze dan om zich heen kijken of met hun mobiel spelen, om te zien of er iets interessants gebeurt. |
|
|